Dorota van Dongen Kurc

dorota-in-opole

Ik ben in 1982 geboren in Opole, een stad in Silezië. Opole is een provincie die ooit toebehoorde aan Duitsland. Om deze reden hebben veel bewoners van dat gebied Duitse paspoorten en zo ook mijn familie.

Ik woonde in een vrijstaand huis dat al generaties lang aan mijn familie toebehoorde. Op de begane grond van het gebouw was een bakkerij waar mijn overgrootvader vanaf 1850 heeft gewerkt. Alle mannen van de familie waren professionele bakkers en werkten in het familiebedrijf. Toen mijn vader 17 jaar oud was, stierf zijn vader (mijn grootvader) en moest hij de bakkerij alleen leiden.

Omdat mijn moeder astma had en mijn zus scoliose, konden ze niet vaak helpen in de bakkerij. Daarom was mijn jeugd anders dan die van de rest van mijn collega’s. Als klein meisje van 5 jaar moest ik mijn vader al helpen en ik heb veel verantwoordelijkheden gehad. In 1989 was Polen nog steeds communistisch en eigenaren van privébedrijven werden door de overheid met de nek aangekeken. Om deze reden mochten mijn ouders mij niet naar de kleuterschool laten gaan. Daarom kende ik geen andere leeftijdgenootjes. Ik was meestal in de bakkerij bezig en had weinig tijd om naar de speeltuin te gaan. Toen ik 9 was, bakte ik mijn eerste taart. Ik hielp mijn vader graag met zijn werk, maar soms had ik het gevoel dat ik te veel verantwoordelijkheden had. Ik was nog maar een kind.

Meestal werd ik om 05:00 wakker, deed de boodschappen, deed het werk in de bakkerij en ging naar school. Na school deed ik mijn huiswerk en ging ik naar de bakkerij om schoon te maken. Meestal bakten wij brood, broodjes en gebak. De specialiteit van de zaak was de taart “Kolacz śląski”. Die werd besteld bij speciale gelegenheden en natuurlijk bij elke Silezische bruiloft.

Van mijn eerste in de bakkerij verdiende geld kocht ik een nieuwe spijkerbroek voor mezelf. Dat was toen ik begon met de middelbare school. Ik had geen problemen op school en ik leerde graag. Dat was de reden waarom ik in 2001 begon met een studie aan de Universiteit van Opole. Ik koos voor wiskunde, maar na een half jaar kwam ik erachter dat deze richting niet geschikt was voor mij. Ik besloot van studie te veranderen, maar vanwege de komende examens moest ik een half jaar wachten. Toen kwam ik op het idee om drie maanden naar het buitenland te vertrekken om daar te werken. Ik had geld nodig voor de studie en een reparatie van de zolder. Ik was van plan om naar Duitsland te gaan, maar de eerste vacature die ik tegenkwam was in Nederland.

Ik wist toen maar drie dingen over Nederland: het is een land van tulpen, windmolens en seksuele vrijheid. Ik pakte al mijn spullen in een zak en ik was klaar om te vertrekken. Mijn moeder was bezorgd over mij en bang dat ik in een bordeel zou gaan werken.

Als eerste ging ik in een kas in de buurt van Venlo werken. Drie maanden lang werkte ik 9 uur per dag in een kas, kwam terug naar de bungalow om iets te eten en ging naar mijn tweede baan van 20:00 tot 24:00 uur op de verpakkingsafdeling van een bedrijf. De volgende dag begon ik weer om 05:00 uur. De accommodaties waar ik logeerde waren verschillend. Ik herinner me de bungalow waar we logeerden met vijf andere mensen: twee stellen, ik en een oude Tsjech. Er waren alleen dubbele bedden dus ik moest met deze Tsjech in hetzelfde bed slapen!

Na drie maanden ging ik met de bus terug naar Polen. De reis duurde meer dan 12 uur. Ik wist dat er in de bussen vaak diefstallen plaats vonden, dus ik besloot mijn plaats niet te verlaten. De hele reis heb ik niet geslapen en ben ik niet naar het toilet gegaan! Ik had stress, want ik had € 1600 in mijn beha verstopt. In Polen had ik het examen voor mijn rijbewijs om 09:00 uur gepland. Ik stapte om 08:00 uur uit de bus en ging meteen naar het examen. Wonder boven wonder ben ik geslaagd, maar de examinator waarschuwde me wel dat als ik de volgende keer met een auto wilde rijden ik eerst genoeg moest slapen.

Toen ik in Polen was, kreeg ik een baan aangeboden in Helmond. Omdat ik het geld nodig had, besloot ik om terug te gaan naar Nederland. Eerst wilde ik in Polen gaan studeren en elke twee weken voor lessen teruggaan, maar mijn idee was in werkelijkheid moeilijk te realiseren.

Ik begon mijn leven in Nederland. Ik ontmoette een jongen met wie ik me verloofde. Helaas weigerde de Immigratie- en Naturalisatiedienst mij een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd te geven. Hierdoor kon ik me niet inschrijven. Dat leidde tot veel problemen. Wat me verbaasde bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, die immers voor buitenlanders is, was het feit dat je daar alleen in het Nederlands kon communiceren. Uiteindelijk kreeg ik twee keuzes. Of ik kocht zelf een ticket en ging terug naar Polen of ik werd gedeporteerd door de eerste politieagent die me identificeerde. Deze situatie maakte me erg depressief. Ik zat thuis en was bang om uit te gaan. Op basis van het Duitse paspoort had ik recht op een tijdelijk verblijf, maar ik voelde me als een crimineel. Ik besloot om de tijd te gebruiken en de Nederlandse taal te leren.

Na een tijdje ging alles beter. Na herhaalde bezwaren kreeg ik een verblijfsvergunning.

In de tussentijd volgde ik een cursus ‘Basiskennis boekhouden’. Ik begon als boekhouder te werken en ik ben ondertussen getrouwd met een leuke Nederlander.

Toen ik voor het eerst naar Nederland kwam, wist ik maar drie dingen. Vandaag weet ik meer… In Nederland ontmoette ik mijn man, ik begon hier mijn leven op te bouwen en ik voel me goed. Het enige wat ik nog mis is het brood van de bakkerij van mijn vader. Daarom stuurt mijn vader me regelmatig Pools bakmeel waarmee ik mijn lekkere zelfgemaakte brood kan bakken.

Urodziłam się w roku 1982 w Opolu[i] . Jest to miejscowość na Śląsku Opolskim, która należała kiedyś do Niemiec. Wielu mieszkańców tamtego regionu posiada z tego powodu paszporty niemieckie. Moja rodzina także.

Mieszkałam w domu jednorodzinnym, który należał do mojej rodziny od pokoleń. Na parterze budynku znajdowała się piekarnia, w której pracował już mój prapradziadek, ok roku 1850. Wszyscy mężczyźni z rodziny byli z zawodu piekarzami i przejmowali rodzinny biznes. Kiedy mój tato miał 17 lat zmarł mu ojciec, czyli mój dziadek, i tato od tego czasu sam zajął się prowadzeniem piekarni.

Ponieważ moja mama chorowała na astmę, a siostra miała skoliozę, nie mogły one za często pomagać w piekarni. Dlatego moje dzieciństwo różniło się od reszty rówieśników. Już jako mała dziewczynka (5lat) musiałam pomagać tacie i miałam dużo obowiązków. W roku 1988 Polska była jeszcze krajem komunistycznym[ii], w którym władza źle patrzyła na właścicieli zakładów prywatnych. Z tego powodu odmówiono moim rodzicom prawa posłania mnie do przedszkola. Nie znałam więc innych dzieci w moim wieku, a większość czasu zamiast na placu zabaw spędzałam   w piekarni. W wieku 9 lat upiekłam swoje pierwsze samodzielne ciasto. Lubiłam pomagać tacie

w pracy, jednak czasami czułam, ze mam za dużo obowiązków. Byłam jeszcze dzieckiem.

Wstawałam zazwyczaj o 5 rano, robiłam zakupy, przygotowywałam prace w piekarni            i szlam do szkoły. Po szkole odrabiałam lekcje i szlam do piekarni posprzątać. Zajmowaliśmy się głownie pieczeniem chleba, bułek i ciast. Specjalnością zakładu był kołacz śląski3 Zamawiano go na szczególne okazje i oczywiście każde śląskie wesele.

Za pierwsze zarobione w piekarni pieniądze kupiłam sobie nowe jeansy. Było to kiedy zaczynałam liceum. Zawsze lubiłam się uczyć i nie miałam problemów w szkole. Dlatego w 2001 roku dostałam się na studia matematyczne na Uniwersytecie Opolskim4. Jednak po pół roku studiowania stwierdziłam, że ten kierunek nie jest dla mnie. Postanowiłam zmienić studia, jednak na kolejne egzaminy musiałam czekać pół roku. Wtedy powstał pomysł, żeby wyjechać na  3 miesiące do pracy za granice i zarobić pieniądze na studia i remont poddasza. Planowałam jechać do Niemiec, jednak pierwsza oferta pracy, jaka dostałam, była praca w Holandii.

O Holandii wiedziałam wtedy trzy rzeczy, ze jest to kraj tulipanów, wiatraków i wolności seksualnej. Spakowałam się do jednej torby i byłam gotowa do wyjazdu. Odradzała mi to mama, która bardzo się martwiła i straszyła mnie, ze trafie do domu publicznego. W ten sposób znalazłam się na terenie Holandii.

Najpierw trafiłam do pracy w szklarni niedaleko Venlo. Przez trzy miesiące pracowałam po 9 godzin w szklarni, potem wracałam na kwaterę coś zjeść i szlam do drugiej pracy od 20-24 na pakowanie. Nastepnego dnia zaczynałam znowu od 5 rano. Kwatery, na których byłam były różne. Pamiętam bungalow, w którym mieszkaliśmy w sześć osób- dwie pary, ja i pewien stary Czech. Niestety tak się złożyło, że łóżka były tylko podwójne, więc przypadło mi w udziale spanie z tym Czechem w jednym łóżku!

Po trzech miesiącach wracałam autobusem do Polski. Podroż trwała ponad 12 godzin. Wiedziałam, ze w autobusach często zdarzają się kradzieże, więc postanowiłam nie opuszczać mojego miejsca. Przez cala podróż nie zmrużyłam oka i nie wyszłam ani razu do toalety! Dodatkowy stres powodowały pieniądze które wiozłam, 1600 euro, które miałam ukryte w biustonoszu. W Polsce miałam egzamin na prawo jazdy o godzinie 9 rano. Z autobusu wysiadłam o godzinie 8 i poszłam prosto na egzamin. Jakimś cudem zdałam go, choć egzaminator ostrzegł mnie, żebym następnym razem, kiedy będę chciała prowadzić auto najpierw porządnie się wyspała.

Podczas pobytu w Polsce dostałam propozycje pracy w Helmond. Ponieważ potrzebowałam pieniędzy, postanowiłam wrócić do Holandii. Poczałkowo chciałam studiować zaocznie w Polsce i przyjeżdżać co dwa tygodnie na zajęcia, jednak pomysł ten okazał się trudny do zrealizowania w rzeczywistości.

Zaczęłam układać sobie życie w Holandii. Poznałam chłopaka, z którym się zaręczyłam. Niestety, Urząd Emigracyjny nie wydal mi pozwolenia na pobyt stały przez co nie mogłam się zameldować. Wiązało się to z wieloma problemami formalnymi. Absurdem dla mnie był fakt, iz w Urzędzie Emigracyjnym, który przecież jest dla obcokrajowców, można załatwiać sprawy tylko w języku holenderskim. Doszło do tego, ze poinformowano mnie, ze mam dwa wyjścia. Albo sama kupie bilet i wrócę do Polski albo pierwszy policjant, który mnie zatrzyma, siła deportuje mnie na koszt Państwa Polskiego. Ta sytuacja bardzo mnie przygnębiała, siedziałam w domu, bałam się wychodzić. Na podstawie paszportu niemieckiego przysługiwał mi pobyt tymczasowy, jednak czułam się jak przestępca.  Postanowiłam wykorzystać czas na naukę języka holenderskiego.

Po jakimś czasie sprawy zaczęły się lepiej układać. Po wielokrotnych odwołaniach uzyskałam prawo do pobytu stałego. Zresztą od 1.01.2007 Holandia otworzyła swoje granice dla innych państw Unii Europejskiej, więc inny moi rodacy już nie mają takich problemów.

W międzyczasie zrobiłam kurs księgowości. Zaczęłam pracować jako księgowa. Wyszłam za mąż za wspaniałego Holendra. Kiedy wyjeżdżałam pierwszy raz do Holandii, wiedziałam o niej tylko trzy rzeczy. Dzisiaj wiem więcej… Wiem, ze dzięki Holandii poznałam mojego męża. Ułożyłam sobie życie i czuje się tu dobrze.  Jedyne czego mi nadal brakuje to chleba z piekarni taty. Dlatego tato wciąż przysyła mi polską mąkę na mój ukochany, swojski chleb.

 

Opowiadała: Dorota van Dongen Kurc

 

[i]     Opole

[ii]                  Ustroj komunistyczny

3    Kolacz slaski

4    UO

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: